3 februari 2010
Door philiphuff
Bram III
DWDD en P&W gisteren gemist. Ik zat met vrienden te eten. Dus nog maar even terug naar Bram.
En de derde keer dat hij mijn leven binnenkwam.
Toen Bram Vermeulen in september 2004 overleed, woonde ik al weer een jaar in Amsterdam. Mijn ontmoeting met Bram op de Belgische snelweg – met dank aan Walter – was ik vergeten. Zijn reactie op dit manifest ook. Een beetje.
De dag na zijn overlijden stond er klein artikel in de Volkskrant. ‘Grondlegger van de cabarock’ stond er als kop boven.
Bram Vermeulen overleden, dus.
En, in een kleiner lettertype, in het midden van de tekst: ‘Vermeulen stortte zijn hart uit in zijn teksten.’
In het artikel was te lezen dat Vermeulen ‘in Vlaanderen [was uitgegroeid] tot een absolute held. Daar heerst een sterke liedcultuur, waar men niet bang is voor intieme ontboezemingen.’
Begrijpelijk, dacht ik. Jacques Brel was ten slotte ook een Belg. En Lou Bandy een Hollander.
Ik ben een huishouden opgegroeid waar weinig naar muziek werd geluisterd. Mijn vader was gedeeltelijk doof, en luisterde nooit naar muziek, en mijn moeder vond ‘I wanna hold your hand’ van The Beatles al herrie.
Ik heb dus zelf langzaam een weg moeten zoeken in de wereld van de muziek, tegen de stroom in. Dus: van Counting Crows – herinnert u zich de monsterhit ‘Mr. Jones’ nog? – naar Bob Dylan. En van Nrivana via The Waterboys naar The Beatles.
Nederlandse muziek kwam op dit pad als laatste in beeld (maar nog wel voor de klassieke muziek).
Hoe?
Door Bram.
Enkele weken na het overlijden van Bram Vermeulen zat ik aan de keukentafel van een vriend van mij. Ik vertelde hem onverholen over mijn bewondering voor The Boatsman’s Call, een plaat van Nick Cave (met die stemmige, zwart-wit foto gemaakt door Anton Corbijn op de voorkant) en het concert waar ik onlangs was geweest.
Ik zei dat ik het zo jammer vond dat Nederland geen eigen liedcultuur kende zoals degene waar Nick Cave zich in positioneerde. Wij kenden geen Woody Guthrie, geen Rodgers en Hart, geen Leonard Cohen en zeker geen Nick Cave.
Mijn vriend begon hardop te lachen en zei:
‘En Ramses Shaffy dan? En Maarten van Roozendaal? Of Stef Bos? Gerard van Maasakkers? Frank Boeijen? Bram Vermeulen? Ooit van gehoord?’
Ik keek mijn vriend aan.
Die kende ik niet. Ja, één of twee liedjes – ‘Sammy’ en ‘Pappa’ – maar dat was toch niet te vergelijken met Leonard Cohen of Bruce Springsteen? Van die midi- of strijkerproducties met clichématige teksten, en die verschrikkelijk lelijke, onhandige uitspraaktaal die Nederlands heette.
Let wel: dit was voordat Ramses was overleden.
Weer begon Daniël te lachen.
‘Onwetendheid,’ zei hij. ‘Allemaal onwetendheid. Hoe kun je nou oordelen over dat wat je niet kent?’
Daarin had hij gelijk.
‘Kom mee,’ zei hij.
Wij liepen omhoog, twee trappen, en gingen zijn kamer binnen. Hij stopte een cd van Bram Vermeulen in de cd-speler en drukte op play.
Na een korte, instrumentale intro, getiteld ‘Tijd’ – net als de cd zelf – begon het tweede lied. Een gitaar, een mandoline, een tamboerijn. En dan die stem, die zong:
En als op maandagochtend,
de eerste van de maand,
om twaalf uur precies,
al de sirenes gaan…
Ik was verbaasd. Dit was een Nederlandse Nick Cave, die een Boatman’s call in mijn moedertaal zong. Met herkenbare culturele verwijzingen.
Dan is er niemand hier,
die een seconde denkt,
dat nou de oorlog is begonnen.
Ik leende de cd, en dezelfde week nog kocht ik mijn eerste cd’s van Bram Vermeulen: Tijd en Voltooid Verleden Tijd, Daniels verzamelaar en Walters concertregistratie.
Die cd’s zijn sindsdien nooit lang uit mijn cd-speler of het geheugen van mijn iPod geweest. Bram was voor een derde keer mijn leven binnengekomen, om er dit keer voorgoed te blijven. De redenen daarvoor zijn verschillend: het bovengenoemde ‘Eén goede reden’, natuurlijk, en de manier waarop Bram in dat nummer na vier minuten de titelzin zingt.
Maar ook door de jazzy feel van ‘Zo doen de sterren dat’.
En weer Brams stem, als hij een vrouw smeekt om te blijven, in: ‘Niet weggaan’. Zoals hij ‘Blijf, blijf, blijf,’ zingt, net zo lang zingt tot het woord een mantra wordt, een uitdrukking zonder betekenis, maar Brams stem draagt met de klanken de emotie over: blijf, mijn liefste, blijf.
Niet weggaan.
En zijn werkelijke hartverscheurende versie van ‘Tussen spelers en drinkers’, een cover van Johan Verminnen. Vermeulens frasering van de zin ‘er rest nog een deel van de nacht’: dat is pure emotie. Dat is rock ’n roll. En dan heb je nog ‘Verlangen’, ‘Bont en blauw’ en ‘Koud’ en zo kan ik nog wel even doorgaan en de achterkant van elke cd overschrijven, om bij elk nummer vertellen waarom het zo mooi is. Maar ik weet zeker dat eenieder die die muziek zelf hoort, ook wel weet waarom.
Want wie oren heeft, hoort genoeg.
Luister maar:

Er zijn nog geen reacties
Je kunt de eerste zijn.
Laat een reactie achter
Je moet ingelogd zijn om te reageren.