Recensies in de kranten: Populisme vs. sterren tellen

In een tweede reactie van Jamal Ouariachi op mijn stuk over de recensiecultuur in Nederland rekent de Querido-auteur mij populisme aan. Het stuk in Hollands Maandblad—een essay in een literair maandblad over de krantenrecensies van Nederlands romans, en een oproep tot een hoger niveau van recenseren—zou ‘inspelen op onderbuikgevoelens van de lezer’ en ‘goedkope verdachtmakingen […] tegen een denkbeeldige elite uiten’.

Nu zeggen het stuk en de aanvulling volgens mij een boel, maar niet dat het recensentengilde in Nederland een elite is. If anything, het tegenovergestelde. Ik citeer even:

Storms aanpak is immers niet zo aberrerend als die wellicht lijkt; hij is onderdeel van een systeem dat zoekt naar aandacht, en niet voor literatuur, maar voor zichzelf. De moderne criticus belichaamt daarmee iets dat juist knaagt aan de literaire cultuur: het snelle, ongefundeerde, niet-literaire oordeel, de persoonlijke mening, de claim van autoriteit samengevat in een aantal sterren. Storms ad hominem toontje, zijn gebruik van ‘we’ en zijn cynische citaatslachtbank zijn misschien zijn handelsmerk, maar zijn doorgaans literaire inhoudsloosheid is kenmerkend voor het niveau van de huidige recensiecultuur in veel kranten. De literaire recensie is een column geworden met sterretjes erboven, en die sterretjes vatten niet alleen het besproken boek samen, maar ook het stuk zelf, en daarmee het keizerlijk ego van de recensent: duim omhoog of ­omlaag.

In de aanvulling herhaal ik—onderbouwd met wat meer cijfers en voorbeelden—dat ‘de kwaliteit en integriteit van de recensentenpraktijk’ soms wat te wensen overlaat. Ouariachi vindt dit populistisch. Hij beargumenteert deze positionering met twee argumenten. Ten eerste heeft hij het over de ‘zooi dubbelzinnige cijfers’ die ik aanvoer, ten tweede over de grootte van de literaire wereld (iedereen kent iedereen, ik kom hier zo op terug).

Cijfers…

De cijfers eerst. Ik heb over een periode van meer dan twee jaar de recensies van Arie Storm uit Het Parool bekeken, net als die van Arjen Fortuin uit NRC Handelsblad, en die van Arjan Peters voor de Volkskrant. Dit leverde bij Storm het volgende beeld op:

  • * tussen mei 2012 en november 2014 verschijnen er
  • * 68 recensies (tegen Fortuin 30 en Peters 35),
  • * met 11 goede (van de 11) recensies voor Querido,
  • * (waarvan 5 vijfsterrenrecensies; Storm heeft 4 andere uitgeverijen nodig om tot z’n andere 6 * vijfsterrenrecensies te komen, en in totaal geeft hij meer dan zesentwintig boeken—bijna veertig procent—2 sterren of 1 ster, bij Querido gaat hij nooit lager dan 3 sterren):
  • * Storms gemiddelde voor Queridoboeken is: 4,2
  • * zijn gemiddelde voor de rest van de uitgeverijen ligt rond de 2,9.

Querido, overigens, is de uitgever waar Storms vrouw Josje Kraamer werkzaam is als redacteur Nederlandse fictie.

Deze berekening, daar zitten Rebekka Bremmer (De evolutie van een huwelijk, *****), Frans Kellendonk (***** voor de brieven), K. Schippers (Niet verder vertellen, ****), Kees ’t Hart (Het Gelukkige schrijven, ****), Carolina Trujillo (De Zangbreker, ***) en Désanne van Brederode (Vallende Vorst, ***) en Jamal Ouariachi zelf (Een Honger, *****) van de afgelopen twee jaar niet bij (ik was wel klaar met tellen, het is veel werk). Maar het gemiddelde van deze zeven boeken is (wederom): 4,2. Ik durf te stellen: wie doortelt zal tot dezelfde conclusie komen, een “slechte” Queridobespreking is bij Storm onvindbaar.

Belangenverstrengeling…

Voor Ouariachi is dit geen probleem: u las dat het kwam doordat de boeken van Querido gewoon ‘heel goed’ zijn. Ik ontken die mogelijkheid niet. Het probleem voor mij is, ik zei het al, de (schijn van) belangenverstrengeling die optreedt: een criticus die in de krant door zijn vrouw begeleidde romans bespreekt past niet bij mijn idee van beroepseer. De belangenverstrengeling is te groot.

Ouariachi’s antwoord daarop: ‘Misschien moeten we de illusie van objectiviteit en neutraliteit in de literaire kritiek eens opgeven […]: de literaire wereld is klein dus je moet loslaten dat je zo min mogelijk aan belangenverstrengeling moet doen.’

Dus de oplossing is volgens Ouariachi: tegengaan van belangenverstrengeling loslaten (en riskeren dat de literaire wereld zo zijn geloofwaardigheid verliest). Een andere overweging is voor Ouariachi de volledige transparantie. Waarom staat er in of onder alle vijfsterrenrecensies van Storm voor Querido in de krant dan niet: ‘mijn vrouw werkt bij deze uitgeverij, zij begeleidde dit boek’. Dat is echte transparantie—in plaats van doen alsof een publiek geheim in de literaire wereld dat is.

Ik vind: juist omdat die literaire wereld in Nederland klein is, moet er extra zorgvuldig worden gekeken naar de onderlinge verhoudingen. Dan is de derde en beste oplossing tegen belangenverstrengeling vaak: je onthouden van een oordeel. Arie Storm kan geen boeken van Querido bespreken, of ze nou door Josje Kraamer zijn geredigeerd of niet, want het succes van die boeken draagt bij aan zijn persoonlijk gewin en daardoor is zijn oordeel, ook als het in werkelijkheid objectief is, voor de buitenwacht niet meer als zodanig aan te merken.

Dus…

Het bredere punt met betrekking tot de recensiecultuur is (en ik ga in herhaling vallen): Je moet je als recensent onthouden van een oordeel als dat oordeel door de buitenwacht als onzuiver zou kunnen worden opgevat. Want: je argumenten zijn in zo’n geval dubieus. Sterker nog: deze schijn van belangenverstrengeling haalt al je argumenten bij voorbaat onderuit. Goede en slechte. En als de recensent, de boekenredacteur en de redactie van een krant de boekrecensies al niet serieus nemen, waarom zou de lezer dat dan wel doen?