Dagen van gras

Ik heet Ben. Ik ben geboren op een dinsdagmorgen in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle, deze zomer achttien jaar geleden. Ik woog zeven pond en was achtenveertig centimeter lang. Het Sophia Ziekenhuis bestaat nu niet meer: het is afgebroken. Net als mijn lagere school, die is ook gesloopt. En van mijn eerste middelbare school hebben ze een appartementencomplex gemaakt: alleen de gevel is blijven staan. Als ik mensen zou willen wijzen waar ik naar school ben geweest, heb ik foto’s nodig. Maar die heb ik niet. Die heeft niemand. Ik bedoel: van je beste vrienden uit je schooltijd een foto bewaren, dat begrijp ik wel. Maar wie heeft er foto’s van de scholen zelf?

De achttienjarige Ben van Deventer is na een periode van zwaar drugsgebruik in een psychose geraakt en opgenomen in een jeugdkliniek. Terugblikkend vertelt hij over zijn jeugd op het idyllische landgoed Weldra, over het moeizame huwelijk van zijn ouders en over zijn grootvader, die hem leerde schaken. Maar vooral over Tom, de jongen die in alles net anders is dan Ben.

Philip in Berlijn

Bekijk Philips bezoek aan Berlijn, de stad waar hij werkte aan Dagen van gras.

Uit de pers

‘Van begin tot eind geboeid gelezen.’ – NRC Handelsblad

‘Zo mooi is er zelden over muziek geschreven. Echt heel mooi.’ – Frits Spits, KRO’s Tijd voor Twee

‘Huff roept lekker veel sfeer op […] en voegt een ijzersterk personage aan de Nederlandse literatuur toe. Dagen van gras heeft pit.’ – Het Parool

‘Dit verhaal hakt er in […] Een goed debuut. Maar echt.’ – Vrij Nederland

‘Stijlvast, compact, met een helder thema en een perfecte soundtrack.’ – HP/De Tijd

‘Bens relaas is op indringende en authentieke wijze vormgegeven. Huffs karakterschets [is] zeer overtuigend.’ – De Boekenkrant

‘Philip Huff heeft een sterk verhaal geschreven over opgroeien en jezelf ontdekken. Knap debuut.’ – CJP