12 februari 2010
Door philiphuff
Harry’s torens
Nog even over eergisteren. Over Rik, recensies en succes, dus.
Natuurlijk kunnen recensies een boek “redden”. Niet van slechte verkoopcijfers in concreto, maar wel van de cijfers in abstracto, en wel door middel van goede kritieken. Een struik lof ligt beter op de wond van slechte verkoopcijfers dan een pleister desinteresse. Want een schrijver schrijft nu eenmaal een boek om dat boek geliefd te krijgen: door de verkoopcijfers van het publiek of door de lovende woorden van een individuele lezer.
De schrijver die niet verkoopt, kan zich beroepen op een meesterwerk dat niet werd gekocht door het publiek, maar door een enkeling in dat publiek wel als zodanig werd (h)erkend.
Omgekeerd: de schade die de criticus dus kan aanrichten – en de schade die Launspach waarschijnlijk bedoelde, hij wist immers niet dat De Storm zo goed zou gaan verkopen – is dat naast de totale stilte van een boek bij de kassa ook nog wat onaardigs wordt gezegd over de inhoud van dat boek.
En dat die woorden in de stilte van het afwezige muntengerinkel door iedereen gehoord kunnen worden.
Gisteren kwamen we er al achter dat het nog maar de vraag is of bij positieve kritieken de kassa’s wel waren gaan rinkelen.
Dit brengt ons op het volgende. Waarom vindt een Volkskrantcriticus iets goed of slecht? Wat bepaalt zijn “smaak”? Ook daar had Launspach wat over te zeggen: ‘als je tijdens je carrière een hele patisseriewinkel leeggegeten hebt, word je op je vijftigste niet meer opgewonden van een kwarkgebakje. Ook niet als dat gebakje erg goed gelukt is. Ergo: de bruikbaarheid van een criticus neemt evenredig af met het aantal recensies dat hij of zij schrijft. Hoe meer hij ziet, des te minder je hem dus zou moeten geloven.’
Wederom vroeg ik me bij mijn eerste lezing af: klopt dit? Wordt een boek beter gerecenseerd door beginnende recensenten dan door de ouwe rotten?
Oftewel: positiever aangeslagen?
Dat leek me niet, toen.
Maar lijken is schijn. Meten is weten.
Voor deze blog heb ik vier recensies van mijn boek Dagen van gras herlezen: twee van jonge recensenten – Dries Muus van de Vrij Nederland en Jessica Peetermans van het Belgische CJP – en twee van wat oudere rotten – Frank van Dijl van HP/De Tijd en Arie Storm van Het Parool.
En wat denkt u nu dat er gebeurde?
Precies.
Muus was enthousiast – ‘dit verhaal hakt erin. Een geslaagd debuut. Maar echt.’ – terwijl Jessica Peetermans minder tevreden was: ‘best oké. Maar na enkele pagina’s worstel je wel met de gedachte “is dit het?”.’
Van de veteranen sprak van Dijl ‘over een behoorlijk debuut’, maar wel met één met wat losse eindjes – o.a. Tom Samsons verdwijnen – en storend ‘larmoyant taalgebruik’, ‘naar het einde toe’. Terwijl Arie Storm in het Parool juist stelde dat Dagen van gras met Tom Samson ‘een ijzersterk personage aan de Nederlandse literatuur’ had toegevoegd, en dat ‘het slot van het boek, met lekker vettig ingesmeerde weemoed’, indruk maakte.
Leeftijd lijkt dus – ja, lijkt, want het weten van dit meten is wel op zeer smal onderzoekje gebaseerd – niet van invloed op het oordeel van een recensent.
De “schade” die een criticus aanricht met zijn woorden, of de struik lof die hij uitreikt, lijkt dus niet aan zijn metaalmoeheid te wijten te zijn.
Hoe kwamen we hier op?
Oh ja: succes.
Je kunt succesvol zijn in de verkoop van je boeken, en in de recensies van je boek. Die twee dingen (be)staan naast elkaar. Of ze volledig los van elkaar te zien zijn, of verbonden zijn met een loopbrug, zoals die twee torens in Kuala Lumpur, dat weet ik niet.
Ik weet alleen dat schrijvers die goed verkopen vaak kritische “succes” ontbeert, en dat ze daar wel naar smachten, en dat schrijvers die slecht verkopen soms heel goed worden gerecenseerd. En die recensies ook gulzig opdrinken.
Maar ondanks dat dorst houden naar een bestsellerstapeltje bij de kassa.
Ja, ’t is zo tegenstrijdig dat er bijna een verhandeling in zit. De paradoxale staat van zijn van de westerse romancier in de vroege eenentwintigste eeuw. Of een roman. Kwarktaart.
Jammer dat romans schrijven over schrijvers iets is waar alleen Harry Mulisch mee kan wegkomen.
Ook omdat hij wel tussen die twee torens heen en weer kan lopen, overigens.
Maandag aanstaande is Harry Mulisch te gast bij NOVA College Tour, in de Lutherse Kerk op ‘t Spui, in Amsterdam. Om half drie. Google ‘t maar even als je meer wilt weten. Oké, ik doe het wel even: http://lmgtfy.com/?q=harry+mulisch+lutherse+kerk