Philip

Huff

Het verdriet van anderen

 

Het verdriet van anderen

In de herfst van 2012 lag Philip Huff een maand in het ziekenhuis, voor een operatie waarvan onzeker was of hij die zou overleven. Na zijn ontslag vertrok hij voor een reis door Australië en Nieuw-Zeeland. Onderweg las en herlas hij voor hem belangrijke boeken.

Dat resulteerde in dit boek over zijn tijd in het ziekenhuis, over reizen en literatuur. In negen heldere hoofdstukken laat Huff zien hoe het werk van bekende en minder bekende auteurs als John McGahern, Alejandro Zambra, Virginia Woolf en Gerbrand Bakker zijn wereldbeeld bepaalden. Hij betoogt dat het lezen van romans je empathische vermogens oefent, dat het je ontvankelijker maakt voor je omgeving, en dat het inzicht geeft in het verhaal van je eigen leven.

‘Wie leest om aan zichzelf of de wereld te ontsnappen, is bij Philip Huff niet aan het juiste adres. Zijn essays herinneren je eraan dat literatuur het leven zelf is, en lezen een manier van ademen. Dit is een boek met een lichaam en een geest, en boven alles: een hart.’
– Niña Weijers

‘Huff toont zich ontvankelijk, schrijft intiem, en tast trefzeker: hij laat zien hoe leven en literatuur innig met elkaar verstrengeld zijn. Wie leest, leert leven, wie leeft, maakt verhalen.’
– Bas Heijne

‘Ernstig zonder ooit hoogdravend te worden, mooi. […] Huff betoont zich een genereuze lezer die zijn enthousiasme met speels gemak vertaalt.’ Maar ook: ‘Op het ene moment is het boek zelf een perfecte belichaming van bepaalde, niet te ontkennen preoccupaties van “onze” generatie – een extreem zelfbewustzijn gekoppeld aan een zelfbeeld dat allereerst draait om het gevoel iemand te moeten worden -, op andere momenten is de beschrijving van iets als de omgang met sociale media hopeloos vlak.’
de Groene Amsterdammer

‘Huff is een goede lezer, hij formuleert mooi, en zeer op dreef is hij in het essay over Gerbrand Bakker.’
Trouw

‘Huff stelt zich op als lezer én schrijver die op zoek is naar inbeelding, empathie en verbeelding.’
NRC Handelsblad

‘Behalve moedig ook bijzonder inspirerend. De intimiteit van zijn essays is een zegen, voor hemzelf en de lezer die beter zal begrijpen waar het in romans om gaat.’
Cutting Edge

‘Veeleisend maar buitengewoon: goudeerlijk over zijn eigen angsten en onvolmaaktheden.’
Lood Magazine

‘Ingetogen maar enthousiasmerende essays. Een hartstochtelijk pleidooi voor lezen. Erg fraai verwoord.’
De Morgen

Recensies in de kranten: Populisme vs. sterren tellen

In een tweede reactie van Jamal Ouariachi op mijn stuk over de recensiecultuur in Nederland rekent de Querido-auteur mij populisme aan. Het stuk in Hollands Maandblad—een essay in een literair maandblad over de krantenrecensies van Nederlands romans, en een oproep tot een hoger niveau van recenseren—zou ‘inspelen op onderbuikgevoelens van de lezer’ en ‘goedkope verdachtmakingen […] tegen een denkbeeldige elite uiten’.

Nu zeggen het stuk en de aanvulling volgens mij een boel, maar niet dat het recensentengilde in Nederland een elite is. If anything, het tegenovergestelde. Ik citeer even:

Storms aanpak is immers niet zo aberrerend als die wellicht lijkt; hij is onderdeel van een systeem dat zoekt naar aandacht, en niet voor literatuur, maar voor zichzelf. De moderne criticus belichaamt daarmee iets dat juist knaagt aan de literaire cultuur: het snelle, ongefundeerde, niet-literaire oordeel, de persoonlijke mening, de claim van autoriteit samengevat in een aantal sterren. Storms ad hominem toontje, zijn gebruik van ‘we’ en zijn cynische citaatslachtbank zijn misschien zijn handelsmerk, maar zijn doorgaans literaire inhoudsloosheid is kenmerkend voor het niveau van de huidige recensiecultuur in veel kranten. De literaire recensie is een column geworden met sterretjes erboven, en die sterretjes vatten niet alleen het besproken boek samen, maar ook het stuk zelf, en daarmee het keizerlijk ego van de recensent: duim omhoog of ­omlaag.

In de aanvulling herhaal ik—onderbouwd met wat meer cijfers en voorbeelden—dat ‘de kwaliteit en integriteit van de recensentenpraktijk’ soms wat te wensen overlaat. Ouariachi vindt dit populistisch. Hij beargumenteert deze positionering met twee argumenten. Ten eerste heeft hij het over de ‘zooi dubbelzinnige cijfers’ die ik aanvoer, ten tweede over de grootte van de literaire wereld (iedereen kent iedereen, ik kom hier zo op terug).

Cijfers…

De cijfers eerst. Ik heb over een periode van meer dan twee jaar de recensies van Arie Storm uit Het Parool bekeken, net als die van Arjen Fortuin uit NRC Handelsblad, en die van Arjan Peters voor de Volkskrant. Dit leverde bij Storm het volgende beeld op:

  • * tussen mei 2012 en november 2014 verschijnen er
  • * 68 recensies (tegen Fortuin 30 en Peters 35),
  • * met 11 goede (van de 11) recensies voor Querido,
  • * (waarvan 5 vijfsterrenrecensies; Storm heeft 4 andere uitgeverijen nodig om tot z’n andere 6 * vijfsterrenrecensies te komen, en in totaal geeft hij meer dan zesentwintig boeken—bijna veertig procent—2 sterren of 1 ster, bij Querido gaat hij nooit lager dan 3 sterren):
  • * Storms gemiddelde voor Queridoboeken is: 4,2
  • * zijn gemiddelde voor de rest van de uitgeverijen ligt rond de 2,9.

Querido, overigens, is de uitgever waar Storms vrouw Josje Kraamer werkzaam is als redacteur Nederlandse fictie.

Deze berekening, daar zitten Rebekka Bremmer (De evolutie van een huwelijk, *****), Frans Kellendonk (***** voor de brieven), K. Schippers (Niet verder vertellen, ****), Kees ’t Hart (Het Gelukkige schrijven, ****), Carolina Trujillo (De Zangbreker, ***) en Désanne van Brederode (Vallende Vorst, ***) en Jamal Ouariachi zelf (Een Honger, *****) van de afgelopen twee jaar niet bij (ik was wel klaar met tellen, het is veel werk). Maar het gemiddelde van deze zeven boeken is (wederom): 4,2. Ik durf te stellen: wie doortelt zal tot dezelfde conclusie komen, een “slechte” Queridobespreking is bij Storm onvindbaar.

Belangenverstrengeling…

Voor Ouariachi is dit geen probleem: u las dat het kwam doordat de boeken van Querido gewoon ‘heel goed’ zijn. Ik ontken die mogelijkheid niet. Het probleem voor mij is, ik zei het al, de (schijn van) belangenverstrengeling die optreedt: een criticus die in de krant door zijn vrouw begeleidde romans bespreekt past niet bij mijn idee van beroepseer. De belangenverstrengeling is te groot.

Ouariachi’s antwoord daarop: ‘Misschien moeten we de illusie van objectiviteit en neutraliteit in de literaire kritiek eens opgeven […]: de literaire wereld is klein dus je moet loslaten dat je zo min mogelijk aan belangenverstrengeling moet doen.’

Dus de oplossing is volgens Ouariachi: tegengaan van belangenverstrengeling loslaten (en riskeren dat de literaire wereld zo zijn geloofwaardigheid verliest). Een andere overweging is voor Ouariachi de volledige transparantie. Waarom staat er in of onder alle vijfsterrenrecensies van Storm voor Querido in de krant dan niet: ‘mijn vrouw werkt bij deze uitgeverij, zij begeleidde dit boek’. Dat is echte transparantie—in plaats van doen alsof een publiek geheim in de literaire wereld dat is.

Ik vind: juist omdat die literaire wereld in Nederland klein is, moet er extra zorgvuldig worden gekeken naar de onderlinge verhoudingen. Dan is de derde en beste oplossing tegen belangenverstrengeling vaak: je onthouden van een oordeel. Arie Storm kan geen boeken van Querido bespreken, of ze nou door Josje Kraamer zijn geredigeerd of niet, want het succes van die boeken draagt bij aan zijn persoonlijk gewin en daardoor is zijn oordeel, ook als het in werkelijkheid objectief is, voor de buitenwacht niet meer als zodanig aan te merken.

Dus…

Het bredere punt met betrekking tot de recensiecultuur is (en ik ga in herhaling vallen): Je moet je als recensent onthouden van een oordeel als dat oordeel door de buitenwacht als onzuiver zou kunnen worden opgevat. Want: je argumenten zijn in zo’n geval dubieus. Sterker nog: deze schijn van belangenverstrengeling haalt al je argumenten bij voorbaat onderuit. Goede en slechte. En als de recensent, de boekenredacteur en de redactie van een krant de boekrecensies al niet serieus nemen, waarom zou de lezer dat dan wel doen?

Philip Huff bij Boeken

Philip was bij Boeken om met Wim Brands over Boek van de doden te spreken. Kijk het gesprek hier terug:

Philip bij Buitenhof

Philip zat met Niña Weijers, Alma Mathijsen en Nano Bouzamour aan tafel bij Buitenhof om te praten over literatuur. Bekijk de uitzending hier terug.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van het nieuws rondom Niemand in de stad –  de film? In je inbox de links  naar Philips artikelen krijgen? En een selectie van wat Philip zag? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.