Niemand in de stad

Ik kijk op. Voor de zoveelste keer sinds ik haar ken, fiets ik langs het huis van Karen, op de hoek van de Kerkstraat en de Leidsegracht. Ik dwing mijn voeten te stoppen. Ik kijk naar de handgeschreven namen op de stickers naast de belknopjes. Karen R., zie ik naast een van de bellen staan. Mijn hand jeukt. Als ik aanbel, denk ik, zet ik een keten van gebeurtenissen in gang die mijn leven kan veranderen. Er staat eindelijk wat op het spel.

Philip Hofman, hoofdpersoon van Niemand in de stad, woont in het Weeshuis, een statig studentenhuis aan de Amsterdamse Prinsengracht. Twaalf bewoners hebben daar, buiten het blikveld van de maatschappij, hun ouders en hun vriendinnen, een vrijplaats gecreëerd, een proeftuin voor het echte leven.

Zijn beste vrienden zijn huisgenoten Matt en Jacob, de eerste een impulsieve hartenbreker, de tweede een beschouwend intellectueel. Door hen aangespoord laat Philip zich steeds meer meeslepen in het studentenbestaan. Dan ontmoet hij de beeldschone Karen. Zij zet een keten van gebeurtenissen in gang die de zorgvuldig opgebouwde illusie van het Weeshuis te gronde richt, met grote gevolgen voor de bewoners.

Philip bij DWDD

Bekijk Philip bij De Wereld Draait Door.

Uit de pers

‘Met Niemand in de stad betoont Philip Huff zich als een literaire nakomeling van de grote Nescio en diens Uitvreter.’ – de Volkskrant

‘Geweldig geschreven roman [vol] krankjoreme dialogen en absurdistische sfeerbeschrijvingen waar Huff als een circusartiest mee jongleert.’ – NRC Handelsblad

‘Om dat goed te kunnen doen, de lezer interesseren èn beroeren, moet je goed kunnen schrijven. En dat kan Huff.’ – De Groene Amsterdammer

‘Mooie passages over liefde, verliefdheid en vriendschap.’ – Vrij Nederland

‘Een ‘Bij nader inzien’ van onze jaren’. – Leeuwarder Courant

‘Eindelijk lees je ook weer eens goede seks in een boek, geen porno of zo, verre van, maar gewoon goede seks. Voorop staat echter dat Niemand in de stad een geweldig rijke roman is die je blij maakt vanwege de zoveelste jonge gast (27!) die schrijft als een jonge god.’ – Limburgs Dagblad